Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
De strafbaarheid van verdachte
de volgende keer duw ik je van een hogere verdieping”, aldus verdachte ter terechtzitting. De rechtbank voegt in dit verband toe dat zij (tevens) acht heeft geslagen op de verklaring van getuige [naam 3] (pagina 72 e.v. van het strafdossier), die heeft verklaard dat hij (getuige) verdachte -nadat aangever over de balustrade naar beneden was gevallen- heeft horen schreeuwen:
“anders gooi ik je nog veel hoger van het balkon af”.Mede gelet op verdachte’s eigen verklaring ter terechtzitting, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat het bewezen verklaarde handelen van verdachte het onmiddellijke gevolg was van een door de aanranding veroorzaakte hevige gemoedsbeweging. Daarom komt aan verdachte geen beroep op noodweerexces toe. Het verweer wordt door de rechtbank verworpen.
Strafmotivering
Benadeelde partij
- Kosten medische behandeling: € 88,91;
- Kosten medicatie: € 27,40;
- Kapotte telefoon: € 115,00;
- Kledingschade: € 149,00;- Verlies inkomen: € 119,18; - Reiskosten: € 7,58.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.
een gedeelte, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van € 1.108,07 (zegge: elfhonderdenacht euro en zeven eurocent). Dit bedrag bestaatuit € 358,07 aan materiële schade en € 750,00 aan immateriële schade;
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 november 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.