ECLI:NL:RBNNE:2023:929
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing schriftelijke aanwijzing door kinderrechter
De moeder verzocht de kinderrechter om schorsende werking toe te kennen aan haar verzoek tot vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing van 22 februari 2023, gegeven door de GI over de verzorging en opvoeding van haar minderjarige kind.
De kinderrechter overwoog dat artikel 1:264 BW Pro bepaalt dat een schriftelijke aanwijzing niet automatisch schorsende kracht heeft, tenzij de rechter anders beslist. Gezien de spoedeisendheid van het verzoek besloot de kinderrechter zonder het horen van belanghebbenden te beslissen. De moeder stelde dat de schriftelijke aanwijzing geen wettelijke grondslag heeft, maar de rechter verwierp dit omdat de GI op grond van artikel 1:263 BW Pro schriftelijke aanwijzingen mag geven indien medewerking ontbreekt of concrete bedreigingen voor de minderjarige bestaan.
Daarnaast werd rekening gehouden met een eerdere beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de verantwoordelijkheid van de moeder benadrukte om haar dochters te wijzen op medewerking aan de ondertoezichtstelling. De kinderrechter zag geen reden om schorsende kracht toe te kennen en wees het verzoek af. De behandeling van de verzoeken werd aangehouden tot de mondelinge behandeling op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen vanwege het ontbreken van gronden voor schorsende werking.