ECLI:NL:RBNNE:2023:935
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst wegens onvoldoende bewijs
In deze civiele procedure vordert eiser schriftelijke vastlegging van een pachtovereenkomst met gedaagde, gebaseerd op een niet-schriftelijk aangegane overeenkomst. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank toetst of de vordering gegrond is en of er sprake is van een pachtovereenkomst conform artikel 7:311 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat er een pachtovereenkomst bestaat tussen partijen met betrekking tot de genoemde percelen grasland. De overgelegde stukken bieden geen duidelijkheid over de inhoud en afspraken van een dergelijke overeenkomst. Hierdoor is het niet mogelijk om de overeenkomst schriftelijk vast te leggen.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De procedure biedt geen ruimte voor nader onderzoek omdat gedaagde niet heeft gereageerd. De uitspraak bevestigt het belang van voldoende bewijs en duidelijkheid bij vorderingen tot schriftelijke vastlegging van niet-schriftelijke overeenkomsten.
Uitkomst: De vordering tot schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.