De rechtbank Noord-Nederland heeft op 21 maart 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte onder parketnummer 18/015688-23. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van gekwalificeerde doodslag op een medewerkster van een jeugdzorginstelling te Emmen, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, een beroving, een gewapende overval op een fastfoodrestaurant, en het treffen van voorbereidingshandelingen voor een overval op een tankstation. Daarnaast stonden mishandelingen en een bedreiging op de tenlastelegging.
De feiten betreffen een reeks ernstige strafbare feiten gepleegd in januari 2023 en november 2022, waaronder het doden van het slachtoffer met messteken en schoppen, het vasthouden en mishandelen van een tweede slachtoffer, en meerdere diefstallen met geweld en bedreiging. Verdachte handelde samen met anderen en gebruikte onder meer vuurwapens of wapens die daarop leken, maskers, en bedekkende kleding.
De rechtbank verwierp alle strafuitsluitingsverweren en paste het minderjarigenstrafrecht toe. De straf bestaat uit een jeugddetentie van twee jaren met aftrek en de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De uitspraak weerspiegelt de ernst van de gepleegde feiten en het gevaar voor de samenleving.
De zaak omvatte complexe bewijsvoering met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij meerdere gewelddadige misdrijven, medeplegen, en voorbereidingshandelingen. De rechtbank heeft de bewezenverklaring zorgvuldig gemotiveerd en de straf passend geacht binnen het kader van het jeugdrecht.