Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 maart 2024 in de zaak tussen
[verzoekers 1] ([adres])
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze
[vergunninghouder]uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een adres in de gemeente Aa en Hunze. De aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor het oude recht van toepassing is. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
De voorzieningenrechter concludeert dat de situering van de woning niet in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien de planregels hierover niets bepalen. De woning overschrijdt het bouwvlak slechts met dakoverstekken binnen de toegestane marge. De belangen van verzoekers omtrent uitzicht, lichttoetreding en privacy vallen niet onder de limitatieve weigeringsgronden van de Wabo en kunnen daarom niet worden betrokken bij de vergunning voor de woning, maar mogelijk wel bij de garage.
De garage overschrijdt de maximale oppervlakte volgens het bestemmingsplan, maar het college heeft binnenplans van het bestemmingsplan afgeweken. Hoewel de motivering van het college beperkt is, betreft dit een gebrek dat in het bezwaar kan worden hersteld en niet leidt tot herroeping van de vergunning. Ook het welstandsadvies is volgens de voorzieningenrechter terecht en sluit aan bij het bestemmingsplan. De afwijking in de kleur van de verf is een herstelpunt voor het college en vormt geen reden voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de vergunning niet wordt geschorst en gebruikt kan worden. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen, waardoor de vergunning niet wordt geschorst.