Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de rolbeslissing van 13 september 2023
Rechtbank Noord-Nederland
In deze erfrechtzaak stond centraal of gedaagde sub 1 had voldaan aan zijn betalingsverplichtingen uit een geldleningsovereenkomst met de overleden erflaatster. De rechtbank had in een tussenvonnis bepaald dat bewijslevering alleen via een advocaat kon plaatsvinden, maar gedaagde sub 1 en sub 2 stelden geen advocaat, waardoor zij niet aan de bewijsopdracht konden voldoen.
De rechtbank oordeelde dat het niet kon worden vastgesteld dat de lening van € 75.000 was afgelost, ondanks dat gedaagde sub 1 stelde dat hij een betaling van € 81.884,80 had gedaan. De vordering inclusief wettelijke rente werd daarom toegerekend aan de nalatenschap. De verdeling van de nalatenschap werd vastgesteld waarbij het aandeel van gedaagde sub 1, rekening houdend met inbrengverplichtingen en schenkingen, op € 0,00 werd gesteld.
Daarnaast werden gedaagde sub 1 en sub 2 hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de lening, de rente, beslagkosten en proceskosten aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de belangrijkste veroordelingen. Hiermee is de nalatenschap definitief verdeeld en de financiële verplichtingen van gedaagde sub 1 vastgesteld.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 en sub 2 worden veroordeeld tot betaling van de lening, rente, beslag- en proceskosten aan eiser en het aandeel van gedaagde sub 1 in de nalatenschap wordt vastgesteld op nul.