ECLI:NL:RBNNE:2024:1028
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij uitstelprocedure
De verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter M. van den Bosch, belast met bestuursrechtelijke procedures, omdat de rechter weigerde de zitting van 11 januari 2024 uit te stellen naar maart 2024. De verzoeker stelde dat deze weigering een aanwijzing was voor vooringenomenheid.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 EVRM Pro, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De enkele afwijzing van het verzoek tot uitstel werd niet als voldoende grond voor wraking gezien.
De rechtbank overwoog dat procedurele beslissingen in bestuursrechtelijke zaken niet toereikend zijn voor wraking, tenzij deze onpartijdigheid aantoonbaar schaden. De verzoeker bracht geen aanvullende feiten aan die de vermeende vooringenomenheid zouden onderbouwen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de lopende procedures worden voortgezet zoals deze waren bij het indienen van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter M. van den Bosch is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.