ECLI:NL:RBNNE:2024:1162
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens onvoldoende concrete feiten
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 maart 2024 het wrakingsverzoek van de gedaagde partij tegen kantonrechter E.Th.M. Zwart-Sneek behandeld. De verzoeker stelde dat de rechter onpartijdig was, onder meer omdat hij geen bewijs mocht weerleggen terwijl de eisende partij wel de mogelijkheid kreeg om aanvullende stukken te overleggen.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker volstaat niet. Uit het wrakingsverzoek en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bleek onvoldoende concrete aanwijzing voor vooringenomenheid.
Daarnaast richtte het wrakingsverzoek zich op een procedurele beslissing van de rechter om de eisende partij toe te staan een nadere akte te nemen. De rechtbank stelde dat dergelijke procedurele beslissingen niet kunnen leiden tot wraking, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aantonen dat dit een uiting van vooringenomenheid is, wat hier niet het geval was.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek daarom af en bepaalde dat de civiele procedure met zaaknummer 10778241 \\ CV EXPL 23-5940 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Zwart-Sneek is afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.