ECLI:NL:RBNNE:2024:1206
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid
De verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter T.J. Sleeswijk-Visser in een civiele procedure, stellende dat na de mondelinge behandeling een gesprek tussen de rechter en de advocaat van de gedaagde partij heeft plaatsgevonden zonder hoor en wederhoor, waardoor de schijn van partijdigheid zou zijn gewekt.
De rechter heeft in haar schriftelijke reactie toegelicht dat zij na de zitting de gedaagde partij informeerde over het gedrag van de vader van de verzoekster en dat zij de verzoekster en haar advocaat hierover heeft geïnformeerd. Er heeft geen gesprek plaatsgevonden met de advocaat van de gedaagde partij en diens cliënten buiten aanwezigheid van de verzoekster en haar advocaat.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De feiten zoals gesteld door de verzoekster zijn onvoldoende om de schijn van partijdigheid te rechtvaardigen.
Daarom wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af en beveelt zij de voortzetting van de procedure in de stand waarin deze zich bij het indienen van het wrakingsverzoek bevond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Sleeswijk-Visser wordt afgewezen wegens ontbreken van schijn van vooringenomenheid.