Triodos Bank verstrekte een krediet aan Mariën Zathe Onroerend Goed B.V. voor de verbouw en nieuwbouw van een zorgboerderij, met een hypotheekrecht als zekerheid. GoBest B.V. werd ingehuurd voor de bouw van 15 appartementen, waarvan 11 werden opgeleverd en in gebruik genomen. Na het niet voldoen van facturen schortte GoBest haar werkzaamheden op voor de resterende 4 appartementen en plaatste biljetten en sloten om retentierecht uit te oefenen.
Triodos vorderde in kort geding verwijdering van deze uitingen en een verbod op verdere uitoefening van het retentierecht, stellende dat GoBest de feitelijke macht over de appartementen had prijsgegeven en het retentierecht daarom onrechtmatig was. GoBest betwistte dit en stelde dat zij houder bleef op grond van de aannemingsovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voor het retentierecht vereist is dat de retentor de feitelijke macht over de zaak heeft, wat hier onvoldoende aannemelijk was gemaakt. GoBest had de appartementen verlaten en materialen meegenomen, en de latere aanplakkingen en sloten waren niet voldoende om feitelijke macht aan te tonen. De vorderingen van Triodos werden daarom toegewezen, met een dwangsom en proceskostenveroordeling.
De rechtbank wees ook een schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing en verwierp het verweer van misbruik van procesrecht. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.