ECLI:NL:RBNNE:2024:1351
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hypotheekfraude
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 april 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk gebruik van valse geschriften in hypotheekfraude. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk gesteld op €13.750, terwijl de rechtbank dit bedrag vaststelde op €11.250.
De fraude bestond uit het indienen van valse werkgeversverklaringen, salarisspecificaties en arbeidsovereenkomsten, waardoor personen met een te laag inkomen toch hypotheken konden verkrijgen. Veroordeelde ontving hiervoor een vergoeding. De rechtbank baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op verklaringen van veroordeelde en derden, waarbij rekening werd gehouden met zes hypotheekaanvragen, waarvan één gezamenlijk met een medeverdachte.
De rechtbank legde aan veroordeelde de verplichting op om €11.250 aan de staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 91 dagen. De vordering van de officier van justitie voor het overige werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. H. Brouwer, voorzitter, en mr. F. Sieders en mr. H.M. Lenting, rechters.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €11.250 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.