Op 28 juli 2022 was verdachte betrokken bij een boerenprotest waarbij hij samen met een ander langzaam en slingerd rijdend met vrachtwagens het verkeer op de A7 blokkeerde, waardoor andere actievoerders afval konden dumpen en de weg versperren. Dit veroorzaakte een gevaarlijke situatie voor weggebruikers, vooral omdat het donker was en de versperringen onverwacht waren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen van het versperren van de weg en het dumpen van afval, maar achtte hem wel medeplichtig aan deze feiten. Verdachte had een faciliterende rol door het verkeer bewust te hinderen, waardoor de dumpingen mogelijk werden gemaakt. Hij handelde in nauwe samenwerking met een medeverdachte die het protest initieerde.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 100 uren, een geldboete van €500 voor overtreding van de Wegenverkeerswet, en legde een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden op. De vordering van Rijkswaterstaat tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing, maar de materiële schade van een benadeelde partij werd toegewezen tot €387,03 plus wettelijke rente.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten vanwege de gevaarlijke verkeerssituatie en de maatschappelijke context van de stikstofplannen die de boerenprotesten veroorzaakten. Verdachte had geen eerdere soortgelijke veroordelingen en werkte niet mee aan een reclasseringsadvies. De opgelegde straf werd passend geacht gezien de omstandigheden.