ECLI:NL:RBNNE:2024:1751
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen hoogte uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing hogere letselcategorie
Eiser had een uitkering toegekend gekregen in letselcategorie 2 wegens blijvend verlies van reuk- en smaakvermogen. Hij voerde aan dat hij in aanmerking zou moeten komen voor letselcategorie 3, met een hogere vergoeding, omdat hij door het letsel niet meer zijn werkzaamheden als kok en schoonmaker in een penitentiaire inrichting kan uitvoeren.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende objectieve medische stukken had overgelegd die het beroep op een hogere letselcategorie ondersteunen. Hoewel het blijvende verlies van reuk- en smaakvermogen door verweerder werd erkend, ontbrak bewijs dat dit leidde tot hinderlijke beperkingen in het dagelijks beroeps- of bedrijfsmatig functioneren, mede omdat eiser geen legale verblijfstatus heeft en niet kan werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het besluit van verweerder om de uitkering toe te kennen in letselcategorie 2 met een vergoeding van € 2.500,-. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot op 2 mei 2024 te Groningen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de toegekende uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering in letselcategorie 2 blijft gehandhaafd.