Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en feit 2 wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft primair verzocht een voorwaardelijke straf en subsidiair een beperkte onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsadvies d.d. 19 maart 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich in een periode van bijna een jaar schuldig gemaakt aan het telen van grote hoeveelheden hennepplanten. Hij heeft meerdere oogsten gehad. Daarbij heeft hij ten behoeve van zijn hennepkwekerij ook gebruik gemaakt van een illegale stroomvoorziening. Verdachte heeft door zo te handelen overlast en schade veroorzaakt in de maatschappij. Naast dat softdrugs schadelijk zijn voor de volksgezondheid, gaat de productie ervan regelmatig gepaard met overlast, geweld en ripdeals. Daarbij heeft verdachte door het illegaal afnemen van elektriciteit niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendom van Liander, maar ook bijgedragen aan een (brand)gevaarlijke situatie. De rechtbank neemt verdachte dit alles kwalijk.
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte voor het laatst in 2014 is veroordeeld. Naar eigen zeggen is verdachte een hennepkwekerij begonnen omdat zijn inkomen wegviel tijdens de coronamaatregelen. De reclassering bevestigt dit beeld en geeft aan dat verdachte niet in criminele kringen verkeert. Hoewel verdachte nog feitelijk dakloos is, heeft hij wel hulp ingeschakeld. Er is beschermingsbewind opgestart en verdachte krijgt hulp van een begeleidster van Limor. De reclassering schat het recidiverisico in als laag en vinden interventies of toezicht niet nodig. Bij een veroordeling adviseren zij dan ook een geheel voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op de geldende Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken (hierna: oriëntatiepunten). Bij verdachte zijn 488 hennepplanten aangetroffen. De oriëntatiepunten schrijven voor het telen van een dergelijke hoeveelheid hennepplanten een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand voor. Dit oriëntatiepunt ziet niet mede op diefstal van elektriciteit. Daarbij kan navenant hoger worden gestraft in het geval er meerdere oogsten zijn bewezenverklaard. Dat is hier het geval. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om af te wijken van deze oriëntatiepunten en een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, zoals verzocht door de raadsvrouw van verdachte en geadviseerd door de reclassering.
Alles afwegende vindt de rechtbank een straf conform de eis van de officier van justitie passend en geboden, te weten een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank ziet, gelet op het lage recidiverisico en het gegeven dat verdachte in het vrijwillig kader al hulp en begeleiding krijgt, geen aanleiding om bijzondere voorwaarden op te leggen.