ECLI:NL:RBNNE:2024:2004
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij PGB-zorgbudget
Verzoeker ontvangt een persoonsgebonden budget (PGB) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 voor huishoudelijke hulp. Hij stelt dat de toegekende ziekengeldvergoeding voor zijn vaste zorgverlener onvoldoende is om vervangende zorg in te kopen bij diens afwezigheid. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de vergoeding conform haar besluiten vastgesteld en is bij bezwaar daarbij gebleven.
Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in om te voorkomen dat hij aan het einde van het jaar onvoldoende budget heeft om een invaller te betalen. De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, omdat achteraf het bedrag kan worden terugbetaald, tenzij sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
Gezien het beschikbare budget van € 4.873,53 en het ontbreken van een onomkeerbare situatie, concludeert de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbreekt. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De beroepszaken worden doorverwezen naar de meervoudige kamer voor inhoudelijke behandeling, waarbij partijen geen bezwaar hebben tegen deelname van dezelfde voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.