Eiseres exploiteert een camping op Ameland die is verdeeld in drie WOZ-objecten. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarden voor de jaren 2018 en 2019 vast en verlaagde deze na bezwaar. Eiseres betwistte de vastgestelde waarden, maar stemde ter zitting in met de waardering van één object. De rechtbank bevestigde dat de operationele cashflow methode (OCF), een variant van de DCF-methode, passend is voor de waardebepaling van de terreinen.
De rechtbank concludeerde dat de door de heffingsambtenaar gebruikte gegevens en berekeningen niet werden weersproken en dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. Wel werd vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure de redelijke termijn met 29 maanden had overschreden, waarvoor een immateriële schadevergoeding werd toegekend.
Gezien de gezamenlijke behandeling van meerdere beroepen met vergelijkbare onderwerpen, matigde de rechtbank de vergoeding en verdeelde deze gelijkelijk over de betrokken eisers. Eiseres kreeg een vergoeding van € 625, waarvan € 388 voor rekening van de heffingsambtenaar en € 237 voor de Minister. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 984,38 toegekend. De rechtbank wees een vergoeding van taxatiekosten af omdat de beroepen ongegrond waren.