ECLI:NL:RBNNE:2024:2107
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens overtreden algemene voorwaarden
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 30 mei 2024 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd aan de veroordeelde in juni 2022, met een proeftijd die in maart 2024 met een jaar werd verlengd. De vordering was gebaseerd op vermeende overtredingen van zowel de algemene als bijzondere voorwaarden van de maatregel.
De reclassering adviseerde de tenuitvoerlegging vanwege meerdere strafbare feiten gepleegd tijdens het toezicht en een verhoogd risico op recidive, waarbij een klinische opname noodzakelijk werd geacht. De verdediging verzocht de vordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijk was welke bijzondere voorwaarden zijn overtreden en wanneer. Het reclasseringsadvies gaf aan dat de aanleiding voor tenuitvoerlegging vooral lag in het overtreden van de algemene voorwaarden en het plegen van nieuwe strafbare feiten. Daarom wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af.
De uitspraak benadrukt dat de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel zorgvuldig moet worden onderbouwd, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen overtreding van algemene en bijzondere voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel af wegens onvoldoende onderbouwing van overtreding bijzondere voorwaarden.