ECLI:NL:RBNNE:2024:2111

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 mei 2024
Publicatiedatum
3 juni 2024
Zaaknummer
18-038684-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 38n SrArt. 57 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot onvoorwaardelijke ISD-maatregel wegens meervoudige winkeldiefstal

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 mei 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee afzonderlijke winkeldiefstallen in Groningen en Hengelo. Verdachte heeft op 4 februari 2024 parfum van de merken 'Tom Ford Noir' en 'Dior Sauvage' weggenomen uit een winkel in Groningen en op 11 oktober 2023 twee flesjes parfum uit een winkel in Hengelo. Beide feiten zijn bewezen verklaard op basis van de verklaringen van verdachte en proces-verbalen van aangifte.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte strafbaar is en geen strafuitsluitingsgronden aanwezig zijn. De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar gevorderd, terwijl de verdediging pleitte voor een voorwaardelijke maatregel met plaatsing in een beschermde woonvoorziening. De rechtbank heeft het advies van de reclassering meegewogen, waarin verdachte wordt gekenmerkt als een zeer actieve veelpleger met een hoog recidiverisico, een instabiel leven zonder vaste woon- of verblijfplaats, middelenproblematiek en meerdere mislukte reclasseringstrajecten.

Gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en het ontbreken van vertrouwen in een voorwaardelijke maatregel, heeft de rechtbank geoordeeld dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend en noodzakelijk is. De maatregel wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar wegens meervoudige winkeldiefstal.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.038684.24
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 08.071501.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 mei 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 mei 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Helmantel, advocaat te Sappemeer.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. I. Kluiter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 18.038684.24
hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Groningen, althans in de gemeente Groningen, in of uit of bij een winkel gelegen aan de [adres] ,
een verpakking parfum, merk: 'Tom Ford Noir' en/of een verpakking parfum, merk: 'Dior Sauvage', in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 08.071501.24
hij op of omstreeks 11 oktober 2023 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
twee flesjes parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummers 18.038684.24 en 08.071501.24 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder parketnummers 18.038684.24 en 08.071501.24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Parketnummer 18.038684.24
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 mei 2024;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 februari 2024, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024030982 d.d. 4 februari 2024 inhoudend de verklaring van [naam] .
Parketnummer 08.071501.24
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 mei 2024;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 oktober 2023, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600-2023471754 d.d. 5 maart 2024 inhoudend de verklaring van [naam] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummers 18.038684.24 en 08.071501.24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Parketnummer 18.038684.24
hij op 4 februari 2024 te Groningen uit een winkel gelegen aan de [adres] ,
een verpakking parfum, merk: 'Tom Ford Noir' en een verpakking parfum, merk:
'Dior Sauvage', die aan [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 08.071501.24
hij op 11 oktober 2023 te Hengelo twee flesjes parfum die aan [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 18.038684.24
Diefstal
Parketnummer 08.071501.24
Diefstal
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummers 18.038684.24 en 08.071501.24 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel moet worden opgelegd, omdat de onvoorwaardelijke ISD-maatregel een ultimum remedium is en er nog een andere optie is. De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met een proeftijd van drie jaren waarbij verdachte wordt geplaatst bij [instelling] (beschermd wonen). De raadsvrouw heeft verzocht om de zaak aan te houden en de reclassering de opdracht te geven te onderzoeken of er voor verdachte plek is bij [instelling] en voorwaarden te formuleren.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beoordeling heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van 17 april 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft in Groningen en Hengelo winkeldiefstallen gepleegd. Dit zijn ergerlijke feiten die naast materiële schade, hinder veroorzaken voor de winkeliers. Winkeliers moeten bovendien kosten maken ter beveiliging van hun zaak om dit soort feiten te voorkomen. Verdachte laat hiermee zien dat hij geen respect heeft voor de eigendommen van een ander en dat rekent de rechtbank verdachte aan.
Uit het advies van de reclassering volgt dat verdachte geregistreerd staat als zeer actieve veelpleger. Het ontbreekt verdachte aan stabiliteit op alle leefgebieden. Verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, geen inkomen, geen dagbesteding en geen steunend sociaal netwerk. Vanuit het verleden is bekend dat verdachte kampt met middelenproblematiek.
Door de jaren heen zijn meerdere (reclasserings)trajecten ingezet om de stabiliteit in het leven van verdachte te vergroten, en hiermee de risico's op recidive te beperken. Deze trajecten zijn allen door een gebrekkige inzet van verdachte voortijdig negatief beëindigd.
Vanaf 2020 is er meermaals op ingezet verdachte toe te leiden naar verschillende instellingen voor beschermd wonen, maar deze trajecten zijn gestagneerd, omdat verdachte zich niet hield aan de afspraken.
Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Gelet op het verloop van de diverse reclasseringstrajecten in de afgelopen jaren, is de reclassering van mening dat het inzetten van een regulier reclasseringscontact onvoldoende mogelijkheden biedt om de risicos ten aanzien van recidive te beperken. Ondanks dat verdachte telkens zegt gemotiveerd te zijn voor gedragsverandering, blijkt dit keer op keer niet uit zijn daden. De reclassering adviseert daarom aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Tijdens de behandeling ter terechtzitting van 16 mei 2024 heeft de deskundige telefonisch het advies van de reclassering toegelicht en bevestigd.
De rechtbank is van oordeel dat oplegging van de ISD-maatregel passend en geboden is.
De rechtbank stelt vast dat aan de voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel, zoals vermeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht, is voldaan nu verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Ook is verdachte in de afgelopen vijf jaar hieraan voorafgaand ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld, terwijl de onderhavige feiten zijn begaan na de tenuitvoerlegging van die straffen. Daarnaast moet er, gelet op het reclasseringsrapport en de eerdere veroordelingen van verdachte, ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Tot slot eist de veiligheid van personen en goederen het opleggen van deze maatregel. Gelet op de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers is de officier van justitie bevoegd tot het vorderen van oplegging van de ISD-maatregel in de onderhavige zaak.
De rechtbank acht oplegging van de maatregel geboden ter beveiliging van de maatschappij en ter beëindiging van de recidive van verdachte. De rechtbank ziet geen mogelijkheid tot oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel aan verdachte, nu eerder opgelegde voorwaardelijke trajecten niet tot de noodzakelijke gedragsverandering hebben geleid, het recidiverisico wordt ingeschat als hoog, en overigens een reclasseringsrapport met mogelijke voorwaarden ontbreekt. Net als de reclassering heeft de rechtbank geen vertrouwen in een positieve afronding van een nieuw traject in een voorwaardelijk kader. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het onderzoek te heropenen en de reclassering onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden om een voorwaardelijke ISD-maatregel aan verdachte op te leggen.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren geboden. Die periode is noodzakelijk om de kans op gedragsbeïnvloeding te vergroten. Voor aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38m, 38n, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummers 18.038684.24 en 08.071501.24 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Lok, voorzitter, mr. G.H. Boekaar en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. M.A. van Pelt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 mei 2024.