De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt beschuldigd van betrokkenheid bij de voorbereiding van de productie van harddrugs en het voorhanden hebben van grote hoeveelheden metamfetamine en MDMA. De feiten betreffen meerdere locaties en perioden tussen december 2022 en februari 2023, waarbij verdachte samen met anderen grondstoffen en chemicaliën vervoerde, opsloeg en gebruikte in verband met een drugslab.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld, waaronder verklaringen van verdachte en medeverdachten, telefoontaps, plaatsbepalingsgegevens, NFI-rapporten en aangetroffen chemicaliën en drugs. Verdachte was op de hoogte van de drugslabactiviteiten en heeft actief bijgedragen aan het vervoer en de opslag van grondstoffen en hulpstoffen. Het DNA van verdachte werd aangetroffen op een gasmasker in het drugslab.
Hoewel verdachte werd vrijgesproken van het medeplegen van het huren en inrichten van het drugslab, acht de rechtbank bewezen dat hij medepleger is van de voorbereiding van productie en het voorhanden hebben van harddrugs. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de richtlijnen voor strafvordering, legt de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van voorarrest.