De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 mei 2024 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2011. De kinderen vertonen signalen van ouderonthechting ten aanzien van hun vader, gedragsproblemen en wonen in een onveilige opvoedsituatie bij hun moeder die kampt met verslavingsproblemen.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om uithuisplaatsing in een neutrale setting om het patroon van ouderonthechting te doorbreken, waarbij ook een subsidiair verzoek tot plaatsing bij een vriendin van de moeder voor de duur van haar detox-opname werd gedaan. De moeder verzette zich tegen uithuisplaatsing en stelde dat het rapport van het onderzoek onvolledig was en dat zij hard aan zichzelf werkt. De vader steunde het verzoek van de GI.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde terughoudendheid en stelde dat nog niet alle mogelijkheden waren benut om uithuisplaatsing te voorkomen. De rechtbank oordeelde echter dat de combinatie van ouderonthechting, gedragsproblemen en onveiligheid in de thuissituatie een uithuisplaatsing als uiterste middel rechtvaardigt. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 13 november 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.