De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 mei 2024 besloten de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen voor zes maanden. De moeder kampt met ernstige chronische psychiatrische problematiek waardoor zij niet in staat is de opvoedverantwoordelijkheid binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen. De minderjarige woont bij haar tante, waar sprake is van een stabiele situatie met regelmatig contact met de moeder.
De kinderrechter baseert zich op het verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, het toetsingsadvies van de Raad voor de Kinderbescherming en de mondelinge behandeling waarbij de moeder, tante, pleegmoeder en vertegenwoordiger van de GI zijn gehoord. De ontwikkelingsbedreigingen voor de minderjarige zijn niet weggenomen, mede door de wisselende acceptatie van hulp door de moeder.
Hoewel de GI en familie een werkbaar evenwicht hebben gevonden, is dit geen wettelijke grond om de ondertoezichtstelling langer dan noodzakelijk te verlengen. De rechtbank verlengt de maatregel voor zes maanden om de Raad voor de Kinderbescherming de gelegenheid te geven onderzoek te doen naar een mogelijke gezagsbeëindiging. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd omdat het verblijf bij de tante duidelijk in het belang van de minderjarige is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een vervolgmondelinge behandeling gepland op 20 november 2024. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.