Het kerkgenootschap heeft, na wijziging van eis en zakelijk weergegeven, gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. op de in de dagvaarding gestelde feiten en rechtsgronden de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ontbindt;
II. [Gedaagde in conventie en eiser in reconventie] veroordeelt om de door hem gehuurde woning aan de [adres] , met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom zijn van het kerkgenootschap, binnen tien dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als door de kantonrechter in goede justitie zal bepalen, te ontruimen en te verlaten, met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van het kerkgenootschap te stellen;
III. [Gedaagde in conventie en eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling van de huurachterstand die tot en met november 2023 € 13.496,10 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum der dagvaarding;
IV. [Gedaagde in conventie en eiser in reconventie] veroordeelt om aan het kerkgenootschap te betalen een bedrag van € 1.368,45 per maand, zijnde een bedrag ter grootte van de maandelijks door [Gedaagde in conventie en eiser in reconventie] verschuldigde huurverplichting, te rekenen tot aan de datum van de daadwerkelijke ontruiming;
V. [Gedaagde in conventie en eiser in reconventie] veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf veertien dagen na de uitspraak van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van € 163,00 zonder betekening en € 248,00 met betekening van dit vonnis.