In deze civiele procedure staat de overdracht van een kinderopvangorganisatie centraal waarbij de koper stelt dat de verkoper meerdere garanties heeft geschonden. Na diverse tussenvonnissen heeft de rechtbank de omvang van de schade vastgesteld en de vorderingen van partijen beoordeeld.
De rechtbank besloot af te zien van een deskundigenbericht omdat de koper de stellingen van de verkoper over de schade niet langer betwist. De schade wordt vastgesteld op €79.493,71 voor de inbreuk op de garantie dat geen wet- en regelgeving is overtreden. Daarnaast wordt een bedrag van €32.458,84 plus rente toegewezen uit hoofde van de geldleningsovereenkomst.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de verkoper zich terecht op opschorting heeft beroepen. In reconventie wordt vastgesteld dat de koper tekort is geschoten en gehouden is tot vergoeding van schade tot maximaal €140.000, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van overdracht.
De koper wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten, die aan de zijde van de verkoper zijn begroot op €23.204,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.