Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het verdere procesverloop
2.De verzoeken
3.De feiten
4.De beoordeling
.
5.De beslissing
.
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn gehuwd in 2001 met huwelijkse voorwaarden die een gemeenschap van goederen regelen, met uitzondering van privégoederen en verkrijgingen door erfstelling, legaat of schenking. Na hun echtscheiding in januari 2024 is de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de gemeenschap van goederen aan de orde.
De rechtbank behandelt diverse verzoeken van partijen, waaronder de verdeling van bankrekeningen, auto's en het winkelpand dat deels erfelijk bezit van de vrouw is. De man claimt aanspraak op huurinkomsten uit het winkelpand, maar de rechtbank wijst dit af omdat deze inkomsten aan de gemeenschap toekomen en zijn besteed aan de huishouding. Verder wordt vastgesteld dat het aandeel van de man in het winkelpand aan de vrouw wordt toegedeeld tegen een vergoeding van 25% van de overwaarde.
De rechtbank bepaalt ook dat de vrouw een vergoedingsrecht van €18.500,- heeft wegens onttrekking van privévermogen ten behoeve van de gemeenschap, waarvan de man de helft moet voldoen. De proceskosten worden gecompenseerd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen worden verplicht tot uitvoering via een notaris en gezamenlijke taxatie van het winkelpand.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanspraken op huurinkomsten af, deelt het winkelpand en andere goederen toe met verrekeningen en bepaalt een vergoedingsrecht van €9.250,- ten gunste van de vrouw.