ECLI:NL:RBNNE:2024:2529

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
C/18/234871 KG RK 24-170
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende schending belastinggeheim en privacy

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die belast is met bestuursrechtelijke procedures waarin verzoeker eisende partij is. Het verzoek betrof vermeende schending van het belastinggeheim en aantasting van privacy doordat huurders werden uitgenodigd deel te nemen aan de procedure. Verzoeker stelde dat dit een schending van zijn grondrechten en internationale verdragen inhoudt en dat de rechter daardoor partijdig zou zijn.

De rechter heeft het verzoek niet ingewilligd en aangegeven dat het betoog van verzoeker als beroepsgrond wordt beschouwd en in de uitspraak zal worden behandeld. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij bijzondere omstandigheden het tegendeel aantonen.

De wrakingskamer concludeert dat niet is voldaan aan de hoge drempel voor het aannemen van partijdigheid. De rechter voert regie over de procedure en mag bepalen hoe en wanneer op beroepsgronden wordt gereageerd. Er zijn geen aanwijzingen dat de rechter onpartijdig heeft gehandeld of vooringenomen is. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/234871 KG RK 24-170
beslissing van 10 juni 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr.
P.P.D. Mathey-Bal,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 mei 2024;
  • de pleitnota van verzoeker voor de zitting van 17 mei 2024;
  • het schriftelijke wrakingsverzoek zoals deze door verzoeker tijdens de zitting op 17 mei 2024 is overgelegd; en
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 28 mei 2024.
Het verzoek is ter zitting van 4 juni 2024 door de wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen. De rechter is, met kennisgeving, niet verschenen.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die is belast met de behandeling van
de bestuursrechtelijke procedures met zaaknummers: [zaaknummers] . In deze zaken is verzoeker de eisende partij. De heffingsambtenaar van de gemeente Westerwolde is in deze zaken verweerder.
2.2
Verzoeker heeft blijkens zijn schriftelijke verzoek aan zijn verzoek ten grondslag
gelegd dat ten onrechte de huurders zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de procedure die verzoeker zelf is gestart. Hiermee heeft de rechter het belastinggeheim geschonden. Dit betekent een aantasting van zijn privacy en daarmee van zijn grondrechten. Verzoeker betoogt dat er daarom sprake is van strijd met de wet en de internationale verdragen. Hierbij overweegt verzoeker dat hij recht heeft op een eerlijk proces waarbij zijn privacy wordt gewaarborgd. Nu de rechter desondanks toch over wenst te gaan tot een inhoudelijke behandeling van de beroepen heeft de rechter zich, aldus verzoeker, partijdig getoond dan wel wekt de rechter schijn van partijdigheid.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Hierbij heeft de rechter – onder meer en samengevat – laten weten dat verzoeker haar ter zitting heeft gevraagd hoe zij om zal gaan met de door hem gestelde schending van zijn mensenrechten. De rechter heeft hierop geantwoord dat zij zijn punt opvat als een beroepsgrond en dat zij daarop zal reageren in de uitspraak. Een (voorlopig) oordeel heeft zij hierbij niet gegeven. Met deze gang van zaken is, aldus de rechter, geen blijk van partijdigheid gegeven.

3.De beoordeling

3.1
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
Aan het wrakingsverzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter verzoekers grondrechten en zijn rechten op grond van de wet en internationale verdragen heeft geschonden. Hiertoe heeft verzoeker aangegeven dat de rechter heeft geweigerd om hiervoor actie te ondernemen voordat zij de beroepszaken inhoudelijk wilde gaan bespreken.
3.2.1
Zoals hiervoor al aangegeven wordt bij de beoordeling van het wrakingsverzoek tot uitgangspunt genomen dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten de handelwijze van de rechter niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid.
3.2.2
Naar het oordeel van de wrakingskamer is niet komen vast te staan dat de (hoge) drempel voor het aannemen van partijdigheid is gehaald. Bij zijn beoordeling betrekt de wrakingskamer dat de rechter regie voert over de zaken die aan haar worden voorgelegd. Hierbij heeft de rechter een grote mate van vrijheid bij de bepaling van de wijze van behandelen. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan in de wijze waarop de rechter die taak heeft ingevuld een grond worden gevonden voor het oordeel dat zij jegens een van de partijen een vooringenomenheid koestert, of dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 17 mei 2024 heeft de rechter tijdens de zitting aangegeven dat zij het betoog van verzoeker als een beroepsgrond aanmerkt en dat zij hierop in de uitspraak zal reageren. De wrakingskamer ziet in het verloop van de zitting van 17 mei 2024 geen aanwijzingen voor het standpunt dat de rechter hier zodanig heeft gehandeld dat zij niet onpartijdig is of dat zij vooringenomen zou zijn. Hierbij betrekt de wrakingskamer dat de rechter het verloop en de voortgang van de procedure en de zitting en de wijze van behandeling bepaalt. Hierbij staat het de rechter vrij om te beslissen om niet direct op een beroepsgrond te reageren maar dit (pas) bij de uitspraak te doen.
3.3
Gelet op het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek ongegrond is.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
  • verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
  • bepaalt dat de procedures met zaaknummers [zaaknummers] wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
  • verzoeker;
  • de gewraakte rechter; en
  • verweerder.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. L.T. de Jonge en
mr. L. Mulder, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 10 juni 2024.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.