ECLI:NL:RBNNE:2024:2542
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening planschadevergoeding wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om vergoeding van planschade door het college van gedeputeerde staten van Groningen. Omdat het college nog niet op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd om de schadevergoeding van €320.950,- per direct toe te wijzen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed. In financieel geschillen is dat niet snel het geval, omdat betaling na afloop van de bodemprocedure mogelijk is, eventueel met wettelijke rente. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
De brief van het college van 15 april 2024 is geen besluit in de zin van de Awb maar een aankondiging van een nog te nemen beslissing. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het uitblijven van betaling leidt tot onomkeerbare gevolgen.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot uitbetaling van planschadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.