ECLI:NL:RBNNE:2024:2582
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake executoriaal beslag op auto in insolventieprocedure
Verzoekster, vennoot en hoofdelijk aansprakelijk voor aanzienlijke schulden van haar ondernemingen, heeft een voorlopige voorziening gevraagd om het executoriaal beslag en de verkoop van haar auto op te schorten. De auto wordt gebruikt voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten. De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw Pro alleen kan worden toegekend bij een acute noodsituatie.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat sprake is van een dergelijke spoedeisendheid. De belangen van verzoekster betreffen vooral zakelijke belangen binnen haar vennootschappen, die niet meegewogen mogen worden in deze procedure. Het beslag leidt niet tot directe problemen in het Wsnp- of dwangakkoordtraject.
Wel verlengt de rechtbank de wettelijke termijn van één maand voor het aanvullen van het Wsnp-verzoek tot drie maanden, gezien de lopende verkoop van de accommodatie en het opstellen van een minnelijk akkoord. Het verzoek tot opschorting van het beslag wordt afgewezen, maar verzoekster krijgt extra tijd om haar Wsnp-verzoek aan te vullen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de termijn voor het aanvullen van het Wsnp-verzoek wordt verlengd tot drie maanden.