Uitspraak
Rechtbank NOORD-NEDERLAND
[verzoekster 1],
[verzoekster 2],
[verzoekster 3],
[verzoekster 4],
[verzoekster 5],
[verzoekster 6],
[verzoekster 7] .,
[verzoekster 8],
[verzoekster 9],
[verzoekster 10] ,
. [verzoekster 11],
[verzoekster 12],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster, bestaande uit twaalf vennootschappen, heeft een verzoek ingediend tot afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden en tot opheffing van beslagen, alsmede tot het verkrijgen van een machtiging ex artikel 42a Faillissementswet in het kader van een WHOA-procedure. Dit verzoek is gedaan vanwege financiële problemen veroorzaakt door opzegging van financieringsovereenkomsten en dreigende executieverkoop van onroerend goed.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de WHOA-toestand verkeert, dat wil zeggen dat zij niet meer aan haar lopende verplichtingen kan voldoen en dat een toekomstige insolventie zonder herstructurering onafwendbaar is. De ingediende liquiditeitsprognose werd als onvolledig en onvoldoende betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege administratieve achterstanden en onduidelijkheid over lopende verplichtingen en geldstromen naar het buitenland.
Daarnaast acht de rechtbank de kans op totstandkoming van een akkoord binnen de gestelde termijn niet reëel, mede door onduidelijkheid over de financiële positie en de winstdelingsregelingen met derden. Ook het verzoek tot machtiging ex artikel 42a Fw werd afgewezen omdat de verkoopovereenkomsten niet dienen ter voorbereiding maar ter uitvoering van een akkoord, waarvoor een andere wettelijke regeling geldt.
De rechtbank concludeert dat geen ruimte is voor toewijzing van de verzoeken en wijst deze af. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 12 juli 2024.
Uitkomst: Verzoek tot afkondiging afkoelingsperiode en machtiging ex artikel 42a Fw wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid WHOA-toestand.