Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden Drenthe tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een vrijstaande schuur op een perceel in Drijber. De schuur zou worden gebruikt voor het stallen van een vrachtwagen ten behoeve van een transportbedrijf, wat volgens eiseres niet past binnen de woonbestemming van het perceel.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag omgevingsvergunning zag op het bouwen en het gebruik van de schuur voor het stallen van een vrachtwagen voor het transportbedrijf. Het college had de vergunning verleend met een afwijking van het bestemmingsplan, gebruikmakend van de afwijkingsmogelijkheid in artikel 4, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).
De rechtbank stelt vast dat de schuur niet functioneel verbonden is met het hoofdgebouw en dat het gebruik voor het transportbedrijf niet planologisch gerelateerd is aan de woonfunctie. Daarom kan de schuur niet als bijbehorend bouwwerk worden beschouwd. Het college heeft ten onrechte de afwijkingsmogelijkheid toegepast. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.