ECLI:NL:RBNNE:2024:2631
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende op 25 april 2024 een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank Noord-Nederland, zaaknummer LEE 24/2049. Dit verzoek werd op 26 april 2024 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doorgestuurd naar de rechtbank en kwam op 1 mei 2024 binnen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting vanwege kennelijke niet-ontvankelijkheid.
De kern van het geschil betrof het niet betalen van het griffierecht van €51,-. De griffier stelde een termijn voor betaling, en stuurde op 4 mei 2024 een aangetekende brief naar verzoeker met een betalingsverzoek en waarschuwing voor niet-ontvankelijkheid bij niet-betaling. De brief werd op 7 mei 2024 bezorgd op een PostNL-punt, maar niet afgehaald, waarna de brief op 11 juni 2024 retour kwam en vervolgens als gewone brief naar het adres van verzoeker werd verzonden.
Verzoeker betaalde het griffierecht niet alsnog en gaf geen reden of verontschuldiging voor het verzuim. De voorzieningenrechter oordeelde daarom dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is en wees het verzoek af zonder inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 28 juni 2024 door mr. C.H. de Groot.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.