ECLI:NL:RBNNE:2024:2649
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot intrekking toestemming bejaging verwilderde katten in Friesland
Stichting Dierenrecht verzocht het college van gedeputeerde staten van Fryslân om de in 2005 verleende toestemming voor het bejagen van verwilderde katten in te trekken, stellende dat er nieuwe omstandigheden zijn die heroverweging rechtvaardigen. Het college wees dit verzoek in 2022 af, waarna Stichting Dierenrecht bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de Wet natuurbescherming zoals die gold ten tijde van het besluit. De kernvraag was of er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds het besluit uit 2005 die intrekking rechtvaardigen. Stichting Dierenrecht stelde dat de Nota Faunabeleid Fryslân 2021 en de inzet van de TNR-C methode een beleidswijziging en nieuw alternatief vormen, en dat maatschappelijke opvattingen over het afschieten van katten zijn veranderd.
Het college stelde daartegenover dat de Nota Faunabeleid geen inhoudelijke beleidswijziging bevat en dat de TNR-C methode al bekend was in 2005. De rechtbank volgde het college en oordeelde dat er geen relevante gewijzigde omstandigheden zijn. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vereisen geen intrekking. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de toestemming uit 2005 blijft gelden en Stichting Dierenrecht geen kostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Dierenrecht wordt ongegrond verklaard en de toestemming voor het bejagen van verwilderde katten blijft van kracht.