Eiser diende een aanvraag in bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) voor vergoeding van schade aan zijn woning. Het IMG kende een vergoeding toe, maar wees bezwaar van eiser af. Eiser stelde dat het IMG onzorgvuldig had gehandeld door niet samen te werken met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en dat de deskundigen niet onafhankelijk waren. Ook was men het oneens over de herstelmethode van enkele schades.
De rechtbank oordeelde dat een verklaring voor recht over onrechtmatig handelen niet mogelijk is in bestuursrechtelijke procedure en dat het IMG niet verplicht was samen te werken met de NCG bij de schadeafhandeling. Er was geen sprake van onveilige situatie die versterking vereiste. De stelling dat deskundigen niet onafhankelijk zijn, werd onvoldoende onderbouwd.
Wel werd geoordeeld dat het besluit over de herstelmethode en vergoeding van schades 1, 4, 6 en 10 t/m 12 in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom vernietigde de rechtbank dit deel van het besluit en kende zij een aanvullende vergoeding van € 2.482,87 toe. Nieuwe schades konden niet in deze procedure worden meegenomen.
Het IMG werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter M.R. Gans op 11 juli 2024.