Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om zijn bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet per 11 maart 2024 in te trekken vanwege het niet meewerken aan een huisbezoek. Tevens heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn nieuwe aanvraag voor bijstand van 9 april 2024, eveneens vanwege het niet meewerken aan een huisbezoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college voldoende redelijke grond had om het huisbezoek te verrichten, gelet op gerede twijfels over de woonsituatie van verzoeker. Het niet meewerken aan het huisbezoek rechtvaardigt de intrekking van de uitkering. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening tegen het intrekkingsbesluit afgewezen.
Ten aanzien van de afwijzing van de nieuwe aanvraag weegt de voorzieningenrechter de belangen af. Verzoeker heeft een dringend belang bij bijstand vanwege zijn toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en het risico op dakloosheid. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van het college bij het vaststellen van de woonsituatie. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag toegewezen en het besluit geschorst.
Het college wordt opgedragen voorschotten te verstrekken vanaf 1 juli 2024 tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed en worden proceskosten aan verzoeker toegekend.