Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.de naamloze vennootschap naar Belgisch recht [eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
13 augustus 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
In deze kortgedingprocedure vorderen eisende partijen de terugbetaling van het restant van de koopsom van €53.500,- voor een Ferrari F355 GTS die niet tijdig werd geleverd. Eisers stellen dat gedaagde tekort is geschoten en onrechtmatig is verrijkt, en beroepen zich op ontbinding van de koopovereenkomst. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat zij slechts als bemiddelaar optrad, dat de auto uiteindelijk op of omstreeks 24 april 2024 is geleverd, en dat zij reeds gedeeltelijk betalingen heeft gedaan uit eigen middelen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de zaak een internationale component kent, dat Nederlands recht en het Weens Koopverdrag van toepassing zijn, en dat de bevoegdheid niet in geschil is. Hoewel eisers een spoedeisend belang stellen, is onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. Dit mede doordat de levering van de auto onbetwist heeft plaatsgevonden, hetgeen de vraag oproept of terugbetaling van de koopsom nog gerechtvaardigd is. Bovendien is niet gebleken dat onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist.
De voorzieningenrechter wijst er verder op dat eisers niet volledig en naar waarheid hebben aangevoerd dat de auto is geleverd, wat relevant is voor de beoordeling van de vordering. Gezien het restitutierisico en het ontbreken van bewijslevering in kort geding, wordt de vordering afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van €2.889,-. Het vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2024.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van het restant van de koopsom wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en het ontbreken van spoedeisend belang.