Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
- het op 18 oktober 2023 ontvangen verzoekschrift;
- de op 9 januari 2024 ontvangen producties van de zijde van de man;
- het op 11 januari 2024 ontvangen F9-formulier van de zijde van de man;
- het op 18 april 2024 ontvangen verweerschrift, tevens houdende een zelfstandig verzoek van de zijde van de vrouw;
- het op 11 april 2024 ingediende aanvullende verzoek van de man;
- het op 15 april 2024 ingediende F9-formulier van de zijde van de man;
- de op 24 april 2024 ingediende producties van de zijde van de man;
- het op 22 mei 2024 ingediende F9-formulier van de zijde van de vrouw.
2.De feiten
- [minderjarige 1], geboren [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] .
- bepaald dat partijen op vrijdag 29 december 2023 in Nederland samen met beide kinderen iets ondernemen van ongeveer 11.00 uur tot 16.00 uur;
- bepaald dat [minderjarige 1] op zaterdag 30 december 2023 vanaf 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vrouw verblijft en [minderjarige 2] bij de man, waarna [minderjarige 1] om 19.00 uur naar de man zal gaan, zodat beide kinderen bij de man overnachten;
- bepaald dat [minderjarige 1] op zondag 31 december 2023 om 10.00 uur naar de vrouw gaat en om 16.00 uur terug naar de man. [minderjarige 2] blijft die dag bij de man tot 16.00 uur en gaat dan terug naar de vrouw;
- bepaald dat partijen op 1 januari 2024 samen met beide kinderen een gezamenlijke activiteit ondernemen, van ongeveer 11.00 uur tot 16.00 uur zonder overnachting;
- bepaald dat dinsdag 2 januari 2024 vanaf 10.00 uur tot en met woensdag 3 januari 2024 19.00 uur - dus inclusief een overnachting - [minderjarige 1] bij de vrouw verblijft en [minderjarige 2] bij de man;
- bepaald dat partijen op donderdag 4 januari 2024 vanaf ongeveer 11.00 uur tot 16.00 uur of een ander tijdstip gezamenlijk met de kinderen (en een deel van die tijd ook gezamenlijk met de advocaten van partijen) tijd met elkaar doorbrengen en afscheid van elkaar nemen;
- verstaan dat partijen daarnaast het navolgende met elkaar hebben afgesproken:
3.De verzoeken
4.De standpunten van betrokkenen
5.De beoordeling
- sub a) de woonplaats van verweerder is in Nederland, of
- sub b) de woonplaats onderhoudsgerechtigde is in Nederland, of
- sub c) het alimentatieverzoek is als nevenverzoek in de echtscheidingsprocedure ingediend en de Nederlandse rechter is in die procedure bevoegd, of
- sub d) het alimentatieverzoek is als nevenverzoek bij een verzoek ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid ingediend en de Nederlandse rechter is in die procedure bevoegd.