ECLI:NL:RBNNE:2024:3488
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onduidelijkheid bedrag
In deze strafzaak vorderde de officier van justitie op 31 juli 2024 ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van €45.286,32 van de veroordeelde. De rechtbank hield op 6 september 2024 een zitting waarin de vordering werd besproken.
De officier van justitie stelde dat het bedrag gematigd moest worden tot €27.973,54, het bedrag dat bewezen kon worden in de onderliggende strafzaak van verduistering. De verdediging voerde aan dat de vordering afgewezen moest worden, mede omdat in de onderliggende strafzaak vrijspraak was bepleit.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde inderdaad schuldig was aan medeplegen van verduistering over de periode 2018-2021, maar dat onvoldoende duidelijk was welk bedrag aan wederrechtelijk voordeel hij had genoten. Door gebrek aan concrete vaststelling van het bedrag wees de rechtbank de vordering tot ontneming af.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Nederland en uitgesproken op 6 september 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onduidelijkheid over het genoten bedrag.