De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige dochter. De feiten betreffen het likken aan de vagina van het slachtoffer toen zij nog een baby was en het betasten van haar billen, borsten en buik toen zij 13 jaar was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van seksueel binnendringen, omdat het likken niet als zodanig kwalificeert. Wel achtte de rechtbank het subsidiaire feit van likken en het betasten wettig en overtuigend bewezen, mede vanwege de duidelijke bekentenis van verdachte en ondersteunend bewijs uit verklaringen en proces-verbalen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het misbruik van de vertrouwensrelatie en de impact op het slachtoffer. Verdachte had een eerdere veroordeling voor mishandeling, maar verder geen justitiële contacten. De reclassering kon het recidiverisico niet inschatten en adviseerde psychiatrisch onderzoek, dat niet heeft plaatsgevonden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Dit met het oog op de ernst van de feiten en het feit dat verdachte zijn daden heeft opgebiecht, maar niet meewerkte aan reclasseringsonderzoek. De straf moet binnen de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma.