De rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 september 2024 een man veroordeeld voor het in 2007 meerdere malen plegen van ontucht met een minderjarige die destijds tussen 12 en 16 jaar oud was. De bewezenverklaring betreft seksuele handelingen waarbij verdachte zijn penis in de vagina en mond van het slachtoffer bracht en haar vagina en clitoris likte.
De verklaring van het slachtoffer werd als consistent, gedetailleerd en betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door de gedeeltelijke bekentenis van verdachte. Verdachte erkende in ieder geval één keer seksuele gemeenschap te hebben gehad met het slachtoffer toen zij 13 jaar was en hij 25 jaar. De rechtbank achtte het bewezen dat de handelingen meermalen hebben plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en geen strafuitsluitingsgronden aanwezig zijn. Gezien de ernst van het feit en het misbruik van het overwicht van een volwassen man op een minderjarige, was een gevangenisstraf passend. Vanwege het tijdsverloop van 17 jaar, de persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van justitiële documentatie legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 1 jaar op, naast een taakstraf van 180 uren.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank verklaarde de materiële schadevordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende causaal verband en matigde de immateriële schadevergoeding tot €5.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 september 2007. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd om betaling te bevorderen.