De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 augustus 2024 een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een ongeboren kind. De moeder kampt met een ernstige verslavingsproblematiek, waarbij zij tijdens de zwangerschap cocaïne heeft gebruikt. Dit brengt ernstige risico's met zich mee voor de ontwikkeling van het kind, zowel prenataal als postnataal. De moeder heeft eerder een kind verloren aan een machtiging tot uithuisplaatsing en vertoont ambivalentie ten aanzien van hulpverlening.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht het ongeboren kind onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen, waarbij het kind na geboorte niet zelfstandig bij de moeder kan wonen. De moeder is niet in staat haar verslaving onder controle te krijgen en vertoont onvoldoende pedagogische vaardigheden. De rechtbank acht hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk en wijst het verzoek toe voor een periode van een jaar onder toezicht en zes maanden machtiging tot uithuisplaatsing.
De machtiging tot uithuisplaatsing is gespecificeerd: bij niet-clean zijn van de moeder wordt het kind geplaatst bij de oma; indien de moeder clean is maar weigert opname in een moeder-kindhuis, geldt eveneens plaatsing bij de oma. Indien de moeder wel clean is en opname accepteert, vindt opname plaats in een moeder-kindhuis. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.