Waddengenot B.V. verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met haar bedrijfsleider te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen (dagdieverij en diefstal) en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer betwistte het bestaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst en stelde dat deze buitengerechtelijk was vernietigd. De kantonrechter kwalificeerde de nieuwe arbeidsovereenkomst als een vaststellingsovereenkomst die tijdig was ontbonden, waardoor de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst bleef bestaan.
De kantonrechter oordeelde dat het verwijtbaar handelen van de werknemer niet ernstig was, mede omdat zij niet eerder op haar urenregistratie was aangesproken en het meenemen van een krat bier met toestemming geschiedde. Ook was er geen sprake van een verstoorde arbeidsverhouding die ontbinding door de werkgever rechtvaardigde. Het verzoek van Waddengenot werd daarom afgewezen.
Het tegenverzoek van de werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie werd toegewezen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2024, met een vergoeding gelijk aan het loon tot het einde van de overeenkomst op 1 november 2024. De kantonrechter wees de transitie- en billijke vergoeding af wegens het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
De werknemer kreeg tevens een bedrag aan achterstallig loon toegewezen. De proceskosten werden verdeeld, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen. De werknemer kreeg een termijn om het ontbindingsverzoek in te trekken.