ECLI:NL:RBNNE:2024:3622

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
196450
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 WzdArt. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 Wzd
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling minderjarige met verstandelijke beperking en psychische stoornis

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een minderjarige betrokkene met een verstandelijke beperking en autisme spectrumstoornis. De minderjarige verblijft momenteel in een instelling voor volwassenen, wat niet passend is, maar een open plaatsing of verblijf thuis is niet mogelijk.

Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat betrokkene ernstige emotieregulatieproblemen heeft, soms fysiek agressief is en suïcidale uitingen vertoont. Hoewel het verblijf sinds opname relatief stabiel is, is betrokkene nog ernstig overprikkeld en kan zij niet naar een open setting worden overgeplaatst.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals levensgevaar en gevaar voor de veiligheid van anderen te voorkomen. De huidige verblijfplaats is gezien het gebrek aan alternatieven de minst slechte optie, maar er dienen op korte termijn afspraken gemaakt te worden om betrokkene naar een passende specialistische jeugdzorginstelling te plaatsen.

Betrokkene verzet zich tegen de voortzetting en geeft consequent aan naar huis te willen, wat de rechtbank interpreteert als een gebrek aan vrijwilligheid. De machtiging wordt verleend voor zes weken, tot en met 15 oktober 2024, met het oog op het waarborgen van passende zorg en veiligheid.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken als minst bezwarende maatregel ter bescherming van betrokkene en haar omgeving.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
Zaaknummer / rekestnummer: C/17/196450 / FA RK 24-1808
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van
3 september 2024naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[naam],
geboren op [geboortedatum] 2007,
wonende aan [adres] ,
thans verblijvende bij Alliade, [instelling] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A. de Haan, kantoorhoudende te Heerenveen.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen bij de griffie op 2 september 2024, en van de volgende bijlagen:
  • de beschikking van de burgemeester d.d. 30 augustus 2024;
  • de medische verklaring d.d. 30 augustus 2024;
  • de aanvraag d.d. 2 september 2024;
  • een uittreksel uit het gezagsregister.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 september 2024, op het verblijfadres van betrokkene. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. A. de Haan;
  • [naam] , hoofdbehandelaar;
  • [naam] , gezinsvoogd;
  • [naam] , vader van betrokkene;
  • [naam] moeder van betrokkene.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met artikel 38 en Pro artikel 39 Wzd Pro kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
2.2.
Namens betrokkene is gepleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan graag naar huis te willen of naar een open instelling. De huidige verblijfplaats is geen geschikte plek, aldus de advocaat. De ouders van (de minderjarige) betrokkene en de gezinsvoogd hebben aangegeven dat de huidige instelling niet een passende instelling is, en dat er al heel lang naar een hoog specialistische plek gezocht wordt. Een gesloten plaatsing bij Elker sluit niet aan bij de zorgbehoefte van betrokkene. Een verblijf thuis behoort echter helaas niet tot de mogelijkheden.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap dan wel een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie hiervan.
2.4.
Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van een verstandelijke handicap en een daarmee gepaard gaande psychische stoornis dit ernstig nadeel veroorzaakt. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
  • levensgevaar;
  • ernstige materiële schade;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is bekend met een licht verstandelijke beperking met een gemeten TIQ van 70. Er is sprake van een autisme spectrumstoornis, waarbij betrokkene sociaal-emotioneel op een veel jonger niveau functioneert dan haar kalenderleeftijd. Er is sprake van ernstige emotieregulatie problemen, welke zowel vanuit haar verstandelijke beperking als de ontwikkelingsstoornis voortkomen. Betrokkene was voorafgaand aan de opname fysiek agressief naar begeleiders en andere personen. Betrokkene gooide met spullen en was niet te kalmeren of in bedwang te houden. Betrokkene uit zich in haar boosheid soms ook suïcidaal.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het sinds de opname naar omstandigheden goed gaat met betrokkene. Betrokkene is de afgelopen dagen niet gefixeerd geweest. Betrokkene is echter nog in heftige mate ernstig overprikkeld en overvraagd. Op dit moment zou betrokkene niet naar een open setting overgeplaatst kunnen worden.
2.5.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook bij gebrek aan alternatieve het meest geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene verbleef voorafgaand aan de opname bij haar moeder en deze situatie was onhoudbaar geworden. Hier was ook de veiligheid van begeleiders in het geding. Er waren soms meerdere begeleiders nodig om betrokkene in bedwang te houden. Dit bracht ook haar eigen veiligheid in het geding.
2.6.
Betrokkene heeft een zeer prikkelarme omgeving nodig waar zij zichzelf en anderen niet kan verwonden. Zoals de hoofdbehandelaar van de instelling ter zitting ook aangegeven heeft is het huidige verblijfadres echter geen lange termijn oplossing nu hier niet de specialistische (jeugd)zorg wordt geboden die betrokkene nodig heeft. De instelling richt zich op volwassenen, terwijl betrokkene zowel qua leeftijd als qua ontwikkeling nog maar een kind is. Voor betrokkene is daarom als noodvoorziening een aparte setting in de instelling gecreëerd. De rechtbank overweegt in dat kader dat de huidige plaats bij gebrek aan beter de minst slechte plek voor betrokkene is. Betrokkene hoort echter niet in deze instelling van volwassenen. De instelling sluit in beginsel niet voldoende aan bij de hoog specialistische zorg die betrokkene nodig heeft. Zorginstelling Pluryn past wel bij betrokkene. De gezinsvoogd heeft aangegeven dat plaatsing bij Pluryn in principe niet mogelijk is, omdat die instelling geen (gecontracteerde) zorg levert voor mensen die woonachtig zijn in Noord-Nederland. Dat noopt tot (doorgaand moeizame) individuele afspraken met betrekking tot betrokkene. De rechtbank vindt dat dergelijke bureaucratische belemmeringen het welzijn van deze minderjarige nimmer in de weg mag staan. Zij heeft recht op passende en juiste zorg. Het is aan de GI, het CIZ, de huidige instelling, Pluryn en de verantwoordelijke bestuursorganen van de gemeente om op hele korte termijn ten behoeve van betrokkene afspraken te maken.
2.7.
Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf in de accommodatie. Betrokkene geeft uit eigen beweging voortdurend aan terug naar huis te willen. Consistent verbaal verzet laat zien dat er geen sprake is van vrijwilligheid.
2.8.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken, en geldt aldus tot en met 15 oktober 2024.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van
[naam] ,geboren op [geboortedatum] 2007,
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 15 oktober 2024.
Deze beschikking is mondeling gegeven op 3 september 2024 door mr. G.J. Baken, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 12 september 2024.
..
Fn. 1031
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.