Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: Stichting Faunabeheereenheid Drenthe (FBE Drenthe), gevestigd te Assen, derde-belanghebbende,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 september 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het goedkeuringsbesluit van het Faunabeheerplan vrijgestelde soorten Drenthe 2024-2029. Verzoeksters stelden dat de ministeriële aanwijzing van vergunningvrije soorten onvoldoende was onderbouwd, mede in het licht van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 19 april 2023.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over de deugdelijkheid van de toelichting en onderbouwing voor de aanwijzing van vergunningvrije soorten, met name voor de Canadese gans en de zwarte kraai. Daarom werd het bestreden besluit geschorst voor zover het maatregelen betreft tegen deze soorten. Voor de vos werd geen schorsing opgelegd, omdat uit onderzoek blijkt dat de vos een belangrijke predator is van kwetsbare weidevogelpopulaties in Drenthe en schorsing onomkeerbare toename van predatie zou veroorzaken.
De rechtbank weegt de belangen van natuurbehoud en schadebestrijding af en concludeert dat de bescherming van de kwetsbare weidevogelpopulatie zwaarder weegt dan de belangen van verzoeksters. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst voor maatregelen tegen Canadese gans en zwarte kraai, maar niet voor de vos.