Budgetcafé was mentor en bewindvoerder van een cliënt met een fysieke beperking en psychogeriatrische aandoening. Na beëindiging van de zorgovereenkomst door Phusis, een zorginstelling, liet zij persoonlijke eigendommen van de cliënt achter bij het privéadres van de dochter van de directeur van Budgetcafé, zonder toestemming.
Budgetcafé en een individuele eiseres vorderden in kort geding dat Phusis de goederen binnen 24 uur zou ophalen en elders opslaan, stellende dat dit onrechtmatig was. Phusis voerde verweer dat het spoedeisend belang ontbrak en dat zij handelde uit overmacht en noodweer.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang wel bestond, dat Phusis onrechtmatig handelde door de goederen bij het privéadres achter te laten zonder afspraken met de bewindvoerder, en dat de vordering toewijsbaar was met een termijn van drie dagen voor het ophalen en elders opslaan van de goederen. Een dwangsom werd niet opgelegd en proceskosten werden gecompenseerd.