Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een jeugddetentie voor de duur van één maand
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren
Bepaalt dat [slachtoffer 7] zijn eigen proceskosten draagt.
Bepaalt dat [slachtoffer 8] zijn eigen proceskosten draagt.
Slagerij [slachtoffer 1]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan Slagerij [slachtoffer 1] te betalen:
- het bedrag van 102,26 (zegge: honderdtwee euro en zesentwintig eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 november 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Slagerij [slachtoffer 1]voor het overige af.
Slagerij [slachtoffer 1]niet-ontvankelijk. De vordering tot immateriële schadevergoeding kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Slagerij [slachtoffer 1]aan de Staat te betalen een bedrag van 102,26 (zegge: honderdtwee euro en zesentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 102,26 aan materiële schade.