Eiser werd geconfronteerd met de intrekking van zijn jachtakte en de weigering van een nieuwe aanvraag door de minister van Justitie en Veiligheid, gebaseerd op een veroordeling tot een taakstraf voor sociale zekerheidsfraude in oktober 2022. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en beoordeeld of de minister terecht heeft gehandeld op grond van de Circulaire wapens en munitie 2019 (Cwm) en de Wet natuurbescherming (Wnb).
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat er sprake is van vrees voor misbruik, omdat eiser binnen de laatste vier jaar is veroordeeld voor een misdrijf met taakstraf. De rechtbank stelde vast dat het niet aan de bestuursrechter is om het strafrechtelijke oordeel te toetsen, ook al is het hoger beroep nog aanhangig en is de veroordeling nog niet onherroepelijk. Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de brief van de korpschef geen toezegging inhield dat de jachtakte zou worden toegekend.
Eiser voerde aan dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege de aard van het delict, de lange periode zonder incidenten en zijn pensioengerechtigde leeftijd, maar de rechtbank vond dat de minister geen aanleiding had om een kortere terugkijktermijn te hanteren. De rechtbank concludeerde dat de intrekking en weigering van de jachtakte terecht zijn en verklaarde het beroep ongegrond.