ECLI:NL:RBNNE:2024:3999
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks berekenend handelen in minnelijke fase
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker niet meer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Op de crediteurenlijst staan ook schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder belastingschulden en boetes.
Tijdens de zitting heeft verzoeker verklaard dat hij zijn onderneming heeft gestaakt en nu in loondienst werkt, waardoor soortgelijke schulden niet meer zullen voorkomen. De rechtbank acht het beroep op de hardheidsclausule geslaagd en vindt dat verzoeker in staat is zich aan de verplichtingen van de WSNP te houden.
Het verzoek om de WSNP met ingang van 1 juni 2024 te laten ingaan, wordt afgewezen. Dit omdat verzoeker in de minnelijke fase bewust het volledige vakantiegeld heeft behouden en niet heeft afgedragen, wat niet past bij een saneringsgezinde houding. De rechtbank vindt dat een saneringsgezinde schuldenaar structureel maximaal moet afdragen en geen selectieve keuzes mag maken.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en wijst een bewindvoerder aan. Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen vanwege het berekenende gedrag van verzoeker ten nadele van schuldeisers.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP, maar het verzoek om een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen vanwege berekenend handelen.