Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen betreffende de vergoeding van aardbevingsschade aan haar woning. De kern van het geschil betreft de herstelmethode en de hoogte van de schadevergoeding voor scheurvorming in het stucwerk van de buitengevels (schades 1 tot en met 40) en in de binnenmuur van de hal (schade 61).
De rechtbank oordeelt dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW onomstreden is en niet is weerlegd. Voor de buitengevels acht de rechtbank de door het Instituut geadviseerde plaatselijke herstelmethode toereikend, ook gezien de slechte staat van het bestaande stucwerk. De door eiseres voorgestelde volledige vervanging van het stucwerk gaat verder dan herstel in oude toestand en wordt daarom afgewezen.
Voor schade 61 aan de binnenmuur stelt de rechtbank vast dat de herstelmethode onvoldoende is en kent zij een aanvullende schadevergoeding van € 926,31 toe. Tevens veroordeelt de rechtbank het Instituut tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Het bestreden besluit wordt voor het overige in stand gelaten.