ECLI:NL:RBNNE:2024:4223
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mijnbouwschadevergoeding wegens gebrekkige beoordeling eerdere schades
Eiser diende een aanvraag in voor vergoeding van aardbevingsschade aan zijn woning, deels afgewezen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Eerder waren schades beoordeeld door de Arbiter Bodembeweging, die oordeelde dat sommige schades niet door mijnbouwactiviteiten waren veroorzaakt. Eiser voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege omvangrijke schade en een onjuist oordeel van de Arbiter.
De rechtbank oordeelde dat het Instituut op grond van de Tijdelijke wet Groningen niet bevoegd is om eerder behandelde schades opnieuw te beoordelen, tenzij bijzondere omstandigheden onbillijkheden van overwegende aard veroorzaken. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zijn woning total loss was of dat sprake was van een buitengewoon procesverloop.
Wel constateerde de rechtbank dat het Instituut in het bestreden besluit een gebrekkige beoordeling had gegeven over enkele schades, maar dat de gewijzigde beoordeling geen gevolgen had voor de herstelbegroting. Daarom werd het besluit ten aanzien van deze schades vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het Instituut werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond, het besluit van 7 juni 2022 wordt vernietigd voor enkele schades, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het Instituut moet griffierecht en proceskosten vergoeden.