ECLI:NL:RBNNE:2024:4280
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij bezwaar Participatiewet
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 29 augustus 2024 waarin zijn uitkering op grond van de Participatiewet ongewijzigd werd voortgezet. Het dagelijks bestuur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb.
Verzoeker diende vervolgens op 3 oktober 2024 een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar. Tijdens de zitting op 9 oktober 2024 lichtte verzoeker toe dat hij een bedrijfsuitkering had moeten ontvangen die nog niet is toegekend, en verzocht tevens om een schadevergoeding van €26.000.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had, omdat zijn bijstandsuitkering onverminderd doorloopt en hij op 7 oktober 2024 een aanvraag voor een bedrijfsuitkering had ingediend waarop nog geen beslissing was genomen. Hierdoor kon verzoeker de behandeling van de beroepszaak afwachten.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.