Op 6 mei 2023 stak verdachte een persoon met een mes in de rechterbovenarm, hetgeen leidde tot een poging zware mishandeling. Verdachte werd tevens beschuldigd van poging doodslag, bedreiging en belediging van twee slachtoffers en politieambtenaren.
De rechtbank oordeelde dat poging doodslag niet wettig en overtuigend bewezen was, maar dat poging zware mishandeling, bedreiging en belediging wel bewezen waren. Verdachte werd vrijgesproken van bedreiging van het eerste slachtoffer wegens gebrek aan bewijs, maar veroordeeld voor bedreiging en belediging van het tweede slachtoffer en politieambtenaren.
De rechtbank weigerde de door het Openbaar Ministerie gevorderde tbs-maatregel wegens onvoldoende bewijs van een ziekelijke stoornis. Gezien de ernst van de feiten werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. Tevens werden schadevergoedingen toegewezen aan de slachtoffers, inclusief materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.